zondag 4 november 2018

Klaar mee

Wat een week. Zo eentje die ik blijkbaar eens in de zoveel tijd moet meemaken; het was dan ook al weer even geleden. Ik was er vrijdag dan ook wel een beetje klaar mee. Gisterenochtend toen ik wakker werd eigenlijk ook nog wel. Zo bedacht ik me dat ik best in mijn bed kon blijven liggen, gewoon de hele dag, of zo. Maar ja, toen ik daar -liggend in dat bed- weer wat verder over nadacht, vond ik dat vervolgens net even te veel verspilling van een mooie dag. Ik was tenslotte klaar met de week, niet met de nieuwe dag. Een nieuwe dag brengt immers weer nieuwe ronden, nieuwe kansen nietwaar. De afgelopen week, met al haar dingen(tjes) -in mijn wereld ondenkbaar-, liet ik dus los. Of misschien moet ik zeggen, wel denkbaar, maar het gebeurt gewoonweg niet. Ik zou het bijvoorbeeld niet in mijn hoofd halen. Maar ja, tja, wie ben ik hè.

Dus, klaar mee. Af laten glijden en geconcentreerd blijven op wat er wel goed gaat, of in ieder geval gaat binnen de voor mij belangrijke (werk)waarden. Een daarvan is rechtvaardigheid, maar ook samenwerking, deskundigheid, zorgvuldigheid en respect zijn er zo maar een paar die er voor mij behoorlijk toe doen in het leven. Daar past voor mij dan ook niet bij dat je iemand voor het blok zet, je collega's laat barsten... omdat het nu zo uitkomt. Tja, en als je dan over een van die grenzen gaat, dan kan ik inderdaad nog wel eens wat energie in een conversatie leggen, zoals mijn lief het gisteren zo prachtig verwoordde. Ach ja, 'Het is wat het is', zei ik vervolgens tegen het uitzendbureau, die deze wijze van 'opzeggen' blijkbaar prima vindt kunnen tegenwoordig, terwijl je nog een contract tot eind december hebt met elkaar. Kortom, ik kon het even niet nalaten te vragen aan de dame in kwestie hoe het zou zijn als de zaken omgedraaid waren. Ik met een telefoontje had laten weten dat de volgende dag de laatste werkdag zou zijn van hun kandidaat, omdat dat ons nu het beste uitkomt? Het antwoord moest ze schuldig blijven, de dame vond namelijk dat er mij niet viel te praten; er zat wellicht net iets teveel energie in mijn vraag...


Afijn, klaar mee dus. Laten we het vooral hebben over het weekend, twee meest mooie herfstdagen. Niet in bed blijven liggen dus, maar gewoon even bij de buurvrouw op de koffie; ik had nog wat servies van haar en hoorde toevallig dat ze stond te praten met iemand, die ik eigenlijk ook heel graag wilde spreken, maar nog steeds niet had durven aanspreken (excuus voor de wat lange zin). Even later zaten we dus gezellig, schoof buurman aan met kleinzoon en was het gewoon even best heel knus. Zo spraken we onder andere af dat ik woensdag zorg voor zelfgemaakte pompoensoep en nog geen drie uur later waren onze slaapkamerramen weer blinkend, het houtwerk ontdaan van alle spinnenpoep van de afgelopen periode en worden binnenkort ook de dakkapelletjes gedaan, hoe gaaf is dat. Zo zie je maar weer, er is altijd wel een reden je bed uit te komen!

Dat is facebook voor mij overigens niet. En dus loop ik al een tijdje rond met de gedachte daar binnenkort mee te stoppen; ik ben er wel een beetje klaar mee en al helemaal als er weer een vaag verzoekje binnenkomt van ene Piet-die-weet-ik-veel-wie-hij-is-en-waar-hij-mij-van-denkt-te-kennen... Ik wil mijn tijd graag aan andere dingen besteden. Toch realiseer ik me natuurlijk terdege dat een aantal van jullie via deze weg mijn verhalen leest. Ik vind 1 januari 2019 dan ook een mooi ijkpunt, het jaar rond. Daarbij geeft het iedereen die wil blijven lezen (wat ik uiteraard heel erg leuk vind) de tijd om op 'volgen' te klikken op mijn blogpagina. Je krijgt dan vanzelf een melding in je mailbox als ik weer eens wat (on)zinnigs aan 'het papier' toevertrouwd heb. Mijn verhalen deel ik eveneens via twitter en ik gebruik dit jaar Instagram om iedere dag een foto te uploaden van iets dat ik mooi en de moeite waard vind om te delen met de wereld.


Een paar dagen geleden was dat een upload van een intiem concert van Beth Hart in Tivolli, met de toepasselijke titel: 'Mama this one's for you'. Het was maandag 29 oktober, de geboortedag van mijn moeder *knipoog*…  


zondag 28 oktober 2018

Loslaten...

De bladeren aan de bomen wiegen zachtjes heen weer, als ik toevallig een blik naar buiten werp. Er valt er eentje. Gedragen door de wind, dwarrelt hij weg. Herfst. Loslaten, denk ik gelijk. Ach, hoeveel is daar al niet over geschreven? Maar wel een woord dat vooral de afgelopen week door mijn hoofd spookte.

Loslaten van (het) leven, van iemand. Vaak zo onlosmakelijk verbonden met de dood. Als het moment daar is, gaat het gek genoeg vanzelf. Al denk je van tevoren misschien dat het je nooit gaat lukken. Belangrijk om te doen ook, dat loslaten van iemand. Zodat diegene ook de rust en de kracht vindt en voelt dat het goed is om te gaan, het leven los te laten. Mijn ervaring leert inmiddels dat het een intens, bijzonder, maar ook heel waardevol proces is om mee te mogen maken.

'Je zult wel in een zwart gat vallen Heleen...' Een opmerking die ik regelmatig hoorde toen mijn vriendin nog leefde: 'Wat als ze er niet meer is, dan zul je wel... ' En ook nu weer, allicht vanuit de beste intenties, nu dat moment echt hier is, onomkeerbaar; een week geleden namen we afscheid van haar. De zon scheen, ook die dag klopte alles. Natuurlijk vloeiden tranen, was verdriet bijna tastbaar. Maar het was ook een mooi samenzijn, omluisterd met lichtjes, mooie muziek en het vertellen van verhalen over wie ze was, wat ze deed, haar zorgen, haar humor, haar liefde, haar gezelligheid, haar leven. En weet je, dat gat dat valt wel mee, als je het hebt over het invullen van mijn tijd. Neemt uiteraard niet weg dat ik een leegte voel; het feit dat ze er simpelweg niet meer is. Dát is wennen. Het weten dat je nooit meer naar iemand toe kunt. De dingen doen, die je altijd samen deed, dat voelt als een gat... en went eigenlijk maar een heel klein beetje.

Iemand loslaten die sterft, het gaat vanzelf; je hebt simpelweg geen keuze. De vraag die mij de laatste paar dagen echter wakker hield, was meer die van: 'Maar hoe ga ik dan nu al dat andere loslaten, ook zo verbonden met zeker de laatste fase van haar leven? Mevrouw van K., die ineens mijn handen pakt als ik vraag hoe het met haar gaat, en dan uit het niets met een ernstige moederlijke blik vraagt: 'Maar hoe is het nou dan met jouw man dan?' Ze heeft mijn lief nog nooit ontmoet... Meneer Van der W., die lachend vraagt of ik gepromoveerd ben, als ik twee stoelen voor hem wegschuif van de tafel, zodat hij er met zijn rolstoel bij kan en we kunnen beginnen met het middageten. 'Of doe je gewoon hand- en spandiensten? Fijn hoor, dat je dat blijft doen...!' E., bij wie -op het moment dat ik over haar hand wrijf en vraag of ze het gezellig vindt om samen te eten en of ik haar mag helpen- de mooiste ontspannen glimlach doorbreekt en de dames dan die zitten te bekvechten onder het eten - geen idee waar het over gaat - na een geintje en wat afleiding de rust wederkeert en ik samen daarna met ééntje gezellig aan de afwas ga... en nog zoveel meer...

Tja, loslaten. Tegelijkertijd weet ik dat ik a) geen beloftes hoef te doen, b) dat allemaal - en nog zoveel meer- misschien wel heel erg ga missen, maar c) blij ben dat ik daarin wél een keuze heb. 

Ik koos dan ook om weer eens een weekend thuis door te brengen. Toe te geven aan een lome moeheid, die de hele week al als een zware jas voelt en niet zo makkelijk af te schudden lijkt. Uiteindelijk gaat dat ook wel lukken hoor. Natuurlijk. Ik weet hoe het werkt en misschien nog wel belangrijker, wat ik eraan kan doen. Waar ik niettemin dan wel heel blij van word, is dat er op het werk meer dan begrip is, van alle kanten; fijn om gezien en gehoord te worden. Dat ik ook nog steeds energie krijg van het vrijwilligerswerk, het zoeken van een maatje voor mensen met beginnende dementie; bijzonder om te merken hoe het gewaardeerd wordt. Hoe gaaf het is dat er een lunchafspraak staat met die vriendin, die ik al veel te lang niet meer gezien heb; tijd om ouderwets bij te kletsen op een toch wel iets bijzondere dag. En dat de moeder van mijn vriendin daar straks belde om te zeggen dat ze 'verlang naar me heeft', zoals ze altijd zo mooi in dialect zegt. Onze wekelijkse telefoongesprekken mist, mij mist... en graag zeker wil weten dat ik langskom om te doen wat we al een tijd geleden hebben afgesproken; iets moois, iets blijvends, iets …. maar daarover later meer.

Loslaten, of ach, misschien wel gewoon 'anders vastpakken', want dát kan natuurlijk ook!



donderdag 18 oktober 2018

mono on aware

Mono on aware, een Japanse tekst die afgelopen zaterdagochtend toevallig in beeld verscheen toen ik -eigenlijk geheel tegen mijn principes, en dus nog niet helemaal wakker- de televisie aanzette. Ik houd namelijk heel erg van de stilte die de ochtend brengt. De dag zachtjes zien en horen beginnen, het fluiten van de vogels, miauwen van Mies... 

Afijn, die ochtend doorbrak de stem van Paulien Cornelisse de stilte en hoorde ik haar zeggen: 'Mono-onawaaaree… of wel 'Alles is vergankelijk'.
Glimlachend dacht ik, je moest eens weten hoe toepasselijk dit is, op dit moment. Toeval? Ach, ik geloof inmiddels anders, door ervaring rijker, dat alles komt zoals het komt en moet zijn. Iets waar ik ook in de dagen die achter me liggen weer simpelweg het nodige bewijs van heb mogen ervaren.

1.039 dagen, 148 weken, 34 maanden... en een paar dagen. Intensieve, mooie en bijzondere dagen, weken, maanden. Net als de afgelopen week. Voor mijn gevoel nog steeds niet goed in woorden te vatten, al zou ik er een boek over kunnen schrijven.

2 jaar, 10 maanden... en een paar dagen, een tijd waarin ze soms best verdrietig was, als ze merkte dat veel dingen waar ze vroeger haar mooie handen niet voor omdraaide, niet meer lukten. 34 maanden... en een paar dagen, waarin ze regelmatig boos was, als ze het gevoel had niet begrepen te worden. 148 weken... en een paar dagen, waarin ze zich soms onveilig voelde, bang was, de wereld en de werkelijkheid niet meer snapte. 1.039 dagen, waarin ze gelukkig ook heel veel bijzondere, gezellige en mooie momenten beleefde, zoals vorige week zaterdag nog. Een mooie dag, de zon scheen, en dus weer eens 'ouderwets' wandelen, in de rolstoel. De zonnehoed op haar hoofd, die we kochten tijdens een van onze heerlijke bezoekjes aan het tuincentrum, samen met mijn lief. Onze 'vaste route', langs het fietspad, de paarden, koeien, schapen en zelfs de zwanen waren er, op de plek waar we tijdens een van onze allereerste wandelingen het nest ontdekten. Alweer 2 jaar, 10 maanden... en een paar dagen geleden.


Bijna 3 jaar, omringd door warme en liefdevolle zorg op Klein Houtdijk. Stuk voor stuk unieke en lieve mensen, betrokken medewerkers, die misschien wel meer dan anders, alles in het werk stelden voor haar welzijn. Iedere dag weer het uiterste gaven en deden om het haar naar de zin te maken, te laten voelen dat ze er mocht zijn, welkom was, veilig was; ze was dan ook best bijzonder, mijn lieve, dappere vriendin. 


En wat ging het snel, die laatste week, die laatste paar dagen. Maar wat was het goed, eenvoudigweg omdat alles klopte. Alles ging en was, zoals het moest zijn, door niets of niemand geregiseerd... of misschien dan toch wel een heel klein beetje? *knipoog*

'Positief zijn is een keuze' en 'Altijd je hart volgen Leentje, doe ik ook.' Hoe vaak heb ik haar dát horen zeggen -en zien doen- gedurende onze 35-jarig durende vriendschap en zelfs in die 1.039 dagen, 148 weken, 34 maanden, 2 jaar en 10 maanden... en die paar dagen, tot aan dat bijzondere moment dat de Alzheimer verdween, als sneeuw voor de zon...
Ook vandaag is het een mooie dag, schijnt de zon terwijl ik dit schrijf, en wat ben ik blij dat ik naar haar goede raad heb geluisterd.


Vanmiddag dan toch echt onze laatste wandeling, nemen we in kleine kring afscheid, herdenken en vieren we haar leven; haar gezelligheid, droge humor, warmte en liefde, zo onlosmakelijk verbonden met wie ze was. En ik weet het zeker, zoals ze zelf ooit mooi verwoordde toen ik haar verhaal mocht optekenen voor het boek 'Ik heb dementie', dat ze zich ook op haar laatste reis helemaal 'te pletter geniet!'


Dag lieve vriendin, ik ga je missen en nooit vergeten!
*klik hier*


maandag 10 september 2018

Laatste fase...

Nazomer, herfst? Zon schijnt, regen valt, wind waait, mooie wolkenluchten... en voor je het weet, zitten we intussen bijna op de helft van de maand september. Ik vind het wel eigenlijk wel prima. Ik houd ervan. Buiten de, bij tijd en wijlen met bakken uit de hemel vallende regen, maar ja, daarin ben ik denk ik niet de enige. Aan de andere kant, het hoort erbij. En, eerlijk is eerlijk, we (de flora en fauna) hadden het dan ook wel even nodig, nietwaar. Weer een nieuwe fase. 

De laatste fase, wel te verstaan. Van dit jaar dan, 2018, met nog 'maar' 113 dagen te gaan... Als je het snel zegt, lijkt het net niks. Nog heel even en dan zitten we weer in de maand van terugkijken, lijstjes maken. Wat ging er goed, wat kan er beter? En hoe gaan we het volgend jaar doen? Wat een keuzes hè? Misschien word je er moe van of levert het nadenken erover zelfs wel onrust op. Maar gelukkig, we mogen en kunnen al deze keuzes geheel zelf en alleen maken.

De laatste fase. Niet alleen van dit jaar overigens. Ook op het werk zitten we in een dergelijke fase; een doorontwikkeling, in gewone-mensen-taal ook wel 'reorganisatie', nadert haar einde. Nog wat bekende puntjes op de vertrouwde I en we kunnen weer door. Wat nog niet klopt of is ingevuld, wordt ook vast en zeker opgelost. En zo niet? Ach ja, dan is het aan ons, aan mij, hoe daar mee om te gaan. Laat ik me leiden door de onrust, de inmiddels ingesleten moeheid? Of zet ik nog een keer mijn schouders eronder en ga ik er voor? Ik haal vast en zeker weer ergens nieuwe energie vandaan om te doen wat ik wil doen, waar ik goed in ben; het verschil maken, zorgvuldig, belangen behartigen, van mensen. Meer dan genoeg dus om uit te kiezen, en die keuze is aan mij, en ik mag en kan hem zelf maken.

Onrust en vermoeidheid, eveneens vaak in andere laatste fases te zien. Kijk ik naar mijn vriendin, breekt mijn hart iedere keer een stukje meer; de zgn. late fase van alzheimer, de laatste van haar jonge leven. Nog steeds die onrust, zo diep, lijkt met geen medicijn te stuiten. Ja, soms, heel even. Slaapt ze een tijdje, zittend in de stoel. Is ze ontspannen en lak ik haar nagels met de nieuwste, kekke kleur blauw of het mooiste herfstrood. Masseer ik voorzichtig haar inmiddels mager geworden handen en armen met de oude, vertrouwde Nivea-geur of de nieuwste Rituals, zachtjes alle blauwe plekken ontwijkend.
Ze oogt vermoeid. Beaamt dat ook, als ik het haar vraag. Moe van de interne strijd die ze iedere dag nog levert wellicht. Ook zij wil gezien en gehoord worden. Wil bewegen, lopen, voelen dat ze leeft? Terwijl wij misschien wel vinden dat ze dat beter niet meer moet doen, dat lopen, omdat het eigenlijk niet meer gaat. 'Valgevaarlijk', zogezegd. De realiteit ook, dat we misschien wel moeten toegeven dat we haar - met alle lieve en liefdevolle zorg en kennis om haar heen en de beste bedoelingen en hulpmiddelen- hier niet voor kunnen behoeden. Ook niet in deze fase, waarin zij zelf de keuzes niet meer maakt...


zondag 19 augustus 2018

iets unieks

Ik bel aan en moet behoorlijk lang wachten. Zelfs zo lang, dat ik me een moment afvraag of de afspraak wellicht vergeten is. Terwijl ik wacht, check ik nog even snel mijn telefoon. Tja, het staat er echt: '15.00 uur, kennismaken fam. M. - maatjesproject dementie'. Nu zegt dat niet alles, want het gebeurt mij ook nog wel eens dat ik me vergis in de datum of de tijd. Net als ik besluit even ongegeneerd door de voorruit te gaan gluren, hoor ik een sleutel omdraaien. Als ik me omdraai zie ik een buitengewoon vriendelijk gezicht en word ik hartelijk ontvangen.

'Kom binnen, kom binnen. Excuus dat het even duurde, maar we zitten buiten. Wil je buiten of binnen zitten, zeg het maar...'. Binnen staat een knusse ronde eettafel met 4 comfortabel uitziende stoelen, zo ook buiten. Vanuit mijn ooghoeken zie ik een kleine schaduw snel heen en weer bewegen. Ik vermoed mevrouw M. en ik zeg dat buiten prima is, het weer is tenslotte nog heerlijk.

Als ik de tuin in stap, word ik met een nieuwsgierige, schalkse blik van top tot teen bekeken en enthousiast begroet door een kleine, goed uitziende - zo later blijkt - sportieve dame van bijna 81! Ze wordt nog enthousiaster als ze hoort hoe ik heet; we blijken bijna naamgenoten... 'Nou dat vergeet ik niet hoor, kom maar gauw zitten'. Op de vraag van meneer wat ik wil drinken, antwoordt mevrouw lachend: 'Doe maar eenne...' terwijl ze met haar rechterhand het bekende drinkgebaar maakt. Hij lacht en kijkt haar liefdevol aan. 'Nog een beetje te vroeg schat, dat doen we later' en aait zachtjes haar wang. 'Owh, jammer', zegt ze en lacht weer naar mij. 'Wat drink jij dan?' Ik zeg dat een glas water prima is en meneer verdwijnt richting keuken. Ondertussen blijft mevrouw mij vriendelijk en onderzoekend aankijken en vraagt wat ik kom doen. Ik vertel wie ik ben, wat ik doe en wat ik specifiek vandaag kom doen, en wordt even later attent bijgestaan door haar man. Hij vertelt wat ze zoal doet gedurende week en dat ze bijvoorbeeld nog rustig 40 km wegtrapt op hun nieuwe elektrisch fietsen. Maar ook dat ze, als ze dan thuis zijn, na een uurtje of zo, zo weer op de fiets wil; 'een bezig bijtje... hé lief?' Ze knikt instemmend en kijkt trots naar mij. 'En aangezien ik niet altijd met je mee kan, zoeken we een vrijwilliger die zo af en toe ook iets leuks met je kan doen. Misschien wel jeu de boules op maandagavond, want alleen lukt dat niet meer zo goed en kan ik naar de bridge... .' Ze praat verder, waar hij gebleven is. Het gesprek verloopt vlotjes. Af en toe kijkt ze me vragend aan en moet ik herhalen wat ik gezegd heb, of herhaalt zij wat ik zeg en wisselt ze bijna stiekem een blik met haar man. Alsof ze stilletjes bevestigt dat het goed gaat zo. Al snel begrijp ik dat ik niet op zoek hoef naar een vrijwilliger die van handwerken of spelletjes doen houdt. Mevrouw wil bewegen; '... moet wel een beetje actief type zijn hoor, want ik fiets, tennis... en weer volgt de opsomming wat ze nog graag doet.

In mijn hoofd laat ik intussen een aantal vrijwilligers passeren uit ons bestand. We hebben er zeker een aantal die van fietsen houdt en juist niet van autorijden. Toch heb ik het gevoel dat ik nog iets specifieks mis om de juiste match te maken straks. Dat blijft uiteraard altijd een uitdaging, zeker omdat ook deze familie voorkeuren heeft voor dagen en tijd. De liefde tussen deze twee is onmiskenbaar, maar ik hoor en zie ook hoe dichtbij de grens van overbelast raken is. En dus heb ik nog een laatste vraag: 'Is er nog iets, mevrouw M. wat ik absoluut moet weten van u? Weer zie ik die liefvolle blik naar elkaar, als zij antwoordt: 'Nou, ik hou dus van fietsen en jeu de boules, lekker actief zijn, maar ik vind het ook heel fijn om herinneringen op te halen aan Indonesië. Daar ben ik geboren hè en heb ik 18 jaar gewoond...' 

Bingo! Denk ik. Dat is wat ik nodig heb. Iedereen heeft namelijk iets unieks, wat soms zo prachtig overeenkomt met dat unieke van een ander, een vrijwilliger van de Larikslaan2...Voor ik het weet zijn we zo een half uur verder en krijg ik van beiden in geuren en kleuren mooie verhalen over ooit en over de Masooh Sadja, inclusief folder met het programma van 2018. Altijd handig misschien. Als ik even later afscheid neem, wil ze geen hand. Meneer M. lacht: 'ze loopt graag een stukje mee', terwijl ik een arm in de mijne voel haken en mevrouw M. vraagt hoe ik ook alweer heet. Als ik mijn naam zeg, straalt ze: 'Owh wat leuk, dat is makkelijk, dat vergeet ik niet hoor, dat is mijn roepnaam.' en even later zwaait ze me enthousiast uit alsof ze een van haar eigen kinderen staat uit te zwaaien, net zo lang tot mijn auto de straat uit is en ik haar niet meer in mijn achteruitkijkspiegel zie.

En nu maar duimen dat ook de rest enigszins overeenkomt met de mogelijkheden van de vrijwilliger die ik in mijn hoofd heb...

vrijdag 17 augustus 2018

Alles stroomt...


Panta Rhei... alles stroomt

De beeldspraak van Heraclitus over dat in de rivier continu nieuw water toestroomt, maar toch blijft de rivier dezelfde. En dat hiermee de eeuwige maar constante verandering wordt geïllustreerd; verandering, het enige constante... 

dus schreef ik dit keer niet
op die dag zeven
want stromen deed er veel
van kabbelend riviertje
af en toe een stroomversnelling
tot aan soms een woeste waterval

verandering, onmiskenbaar
 ons dagelijks leven
altijd dat besef
de bange gezichten
het lange wachten destijds
hoe anders nu
dan wat ze ooit bedachten
dacht echt niemand
 laat staan aan later

en dus schrijf ik vandaag
de dag van thuiskomst
negen jaar geleden
omdat alles stroomt
zoals het gaat
staan we nu hier
op weg naar daar 
nog altijd
een heel groot wonder

zondag 5 augustus 2018

een druppel

Het duurt heel even voordat er open wordt gedaan, nadat ik op de bel druk. In de deuropening verschijnt een kleine man, die er -mede door zijn iets gebogen houding en net te grote broek met vlekken- bijna aandoenlijk uitziet. Onder een in de war zittende, grijze haardos, staren twee donkere ogen ons enigszins argwanend aan. 'Dag meneer D. Wij zijn van de Larikslaan2...'. Ik noem onze namen en zeg wat we komen doen; kennismaken in verband met een aanvraag voor een vrijwilliger, het maatjesproject dementie. Overigens zeg ik dat laatste er niet altijd bij, omdat dat nog wel eens slecht kan vallen. Zijn verzoek kregen we binnen via onze consulent dementie, en later via een opgestuurd aanvraagformulier, door hemzelf ingevuld. 

De donkere ogen worden iets lichter en hij schudt ons de handen. 'O ja, ja sorry hoor, ik wist het wel. Het lukt me de laatste tijd alleen niet meer zo goed, naja, ik wist het hoor. Ik was alleen nog even naar de bakker geweest en kwam er daar achter - komt u binnen, komt u binnen, u komt voor de tuin hè? Ja, daar moeten we echt even kijken hoor. Het is een puinhoop. Alleen, weet u, het lukt me gewoon niet meer. En ik kwam er dus daar achter dat ik mijn portemonnee was vergeten, en moest dus weer helemaal terug fietsen, en ben dus net thuis... komt u verder, wilt u koffie, thee, water...waar wilt u zitten...?' 


F., coördinator van de vrijwilligers, en ik, vrijwilliger coördinator van het maatjesproject, zijn dit keer samen op intake. De aanvraag was zo specifiek, én meneer was dusdanig vasthoudend tot aan bijna dwingend, dat dát ons wel een goed idee leek. 
Meneer D. drentelt intussen van de voor- naar de achterkamer, naar de keuken en lijkt op zoek naar iets. Even later overhandigt hij mij een papier. Het blijkt een aanvraagformulier, nogmaals ingevuld; hij was er niet zeker van of we het al hadden.

Hoe bijzonder blijft het om zo maar iemands leven binnen te stappen. Een leven, een gezin, dat door een diagnose als dementie, volledig op z'n kop staat. Als snel blijkt ook dat er veel meer aan de hand is. Ik vind de ogen van F. en in die ene seconde realiseren we ons dat onze beslissing samen te gaan, de juiste was. Zo had mevrouw D. telefonisch al laten weten zich er niet mee te willen bemoeien; de aanvraag voor een maatje was 'zijn pakkie-an'. De spanning was dan ook goed te voelen toen ik na een minuut of tien iemand op de trap hoorde en even later met gebogen hoofd, een snelle blik onze kant op, via keuken naar buiten zag glippen. Ik hoopte een moment dat haar nieuwsgierigheid het toch had gewonnen. 

Meneer D. ging intussen al pratend op zoek naar onderzetters waar hij de koffie en het water op kon zetten. Eerst de onderzetters, dan de rest...één ding te gelijk. 'Ja, sorry hoor. Het gaat allemaal niet zo goed meer de laatste tijd. Weet u hoe dat is? Als het niet meer gaat? Vroeger ging het namelijk allemaal nog wel. Weet u hoe dat voelt? Als je naar de tandarts fietst en je aan een wildvreemde moet vragen waar je bent, omdat je verdwaald bent? En ik kon het altijd gewoon vinden hoor, deed het altijd alleen...' 
Hij stopt even, koffie in de hand, bromt wat, terwijl hij met een boze blik lijkt te zoeken naar waar hij de onderzetters had gelaten. Mevrouw D. komt weer binnen en ik sta om haar de hand te schudden. F. doet hetzelfde, waarna ze gelukkig gaat zitten in een stoel, schuin achter haar man. Aan de muur hangt een foto van iets bekends uit de regio; onmiskenbaar zelf gemaakt. Op mijn vraag of de foto 'eigen werk' is, straalt ze; het was haar hobby. De foto is al oud, verkleurd, ze heeft er nu geen tijd meer voor helaas... er valt een stilte. We raken verder in gesprek met beiden, waarin steeds duidelijker wordt dat meneer een andere verwachting heeft van ons maatjesproject dan het daadwerkelijk inhoud. Verdrietig en bozig laat hij ons zijn tuin zien. Hij kan het echt niet meer, zegt hij. 'Er moet echt een sterk iemand komen om die tegels op te tillen, dat onkruid daaronder daar ja, dat moet weg...' 

Eenmaal weer binnen en zoveel mogelijk inzoomend op wat goed gaat, plezier geeft en vooral ook erkenning gevend aan het verdriet van beiden, verdwijnt voorzichtig zijn boosheid en haar houding 'ik bemoei me er niet mee'. Als de zorgboerderij ter sprake komt, waar hij inmiddels drie dagen in de week naar toe gaat, komen de verhalen los over de dingen die hij doet, de dieren die hij helpt verzorgen. Ze kijken elkaar aan en zijn vrouw zegt met een kleine glimlach: 'laat die foto even zien dan.' Ik zie een twinkeling in zijn ogen als hij opstaat. De foto, die hij rap boven water tovert, verklaart alles, en ook zij lacht breed als hij hem trots aan ons laat zien; hij, voor een hek, met zijn hand op de kop van een van de lama's.
 


Voor w
e afscheid nemen, herhalen zowel F. als ik voor de zekerheid nog een keer wat we hebben afgesproken. Fijn om het zo samen te doen! We realiseren ons echter ook dat wat wij doen, een maatje zoeken voor een uurtje of twee per week, soms een wereld van verschil kan maken, voor zowel de hulpvrager als de mantelzorger. Echter soms, zoals nu, is het helaas ook niet meer dan die druppel op een gloeiende plaat; we lossen namelijk zijn probleem niet op. En dus gaan zij zelf in hun eigen netwerk, buren, familie, kerk, op zoek naar hulp bij het groot onderhoud van de tuin. Als dat geregeld is, zetten wij de vraag uit voor een vrijwilliger met groene vingers, om zo af en toe 'samen iets in de tuin te doen'. 'Want', zo zegt hij bijna strijdbaar: 'ja, sorry hoor, jullie moeten echt niet denken dat ik op zoek ben naar iemand die pannenkoeken met me gaat bakken...' 


zondag 22 juli 2018

Verleden, heden, toekomst...


Tijd
Zondagochtend. Heel langzaam word ik wakker door de meest mooie geluiden die via het openstaande slaapkamerraam mijn bewustzijn binnendringen. Er schijnt een Lullula arborea tussen te zitten, heb ik mij laten vertellen; zo mooi. Ik rek me uit, draai me nog een keertje om, maar kan de slaap niet meer vatten. Tijd om op te staan.

Tijd, zo een wezenlijk onderdeel van het leven hè. Althans, in ieder geval van het mijne. Een lach, een traan - zo herkenbaar ook - vliegt de tijd, zoals altijd, voorbij. Voor de ene pijnlijk snel. Voor een ander vooral tergend langzaam, en misschien juist voor die ene andere simpelweg moeilijk te begrijpen. Ach ja, die tijd, die eigenlijk alleen maar bestaat -volgens A. Einstein- omdat alles anders tegelijk zou gebeuren. Nog steeds dus een geliefd onderwerp om over te schrijven; verleden, heden, toekomst... onze tijd.

Verleden, heden, toekomst
Ik vat ze voor het gemak maar even samen. Zo schreef ik de afgelopen weken al menig verhaal, maar wiste ik het ook weer. Gewoon, omdat ik, ach, ik weet het eigenlijk niet. Ik scheef over dat verleden, het heden en die toekomst. Over (opgelegde) normen, (zelf) gekozen waarden. Hoe, waar je staat, maakt wat je ziet en zo. De kijk op de wereld, herinneringen, soms zo anders als die van de ander, opgegroeid in dezelfde tijd, hetzelfde gezin. Overtuigingen die helpend zijn, maar bij tijd en wijle ook zo helemaal niet. Perceptie, het verhaal van de 2 theekopjes; googel maar eens.
Afijn, zo had het heden, inmiddels verleden, de afgelopen weken nog veel meer in petto: het 'Rijks' met mijn Lief en bonuskind, die weer eens gezellig bleef slapen. Dat je ineens Antoine Bodar tegen het lijf loopt, terwijl je op de tram staat wachten. Een moment van oogcontact hebt, en ik hem eigenlijk best had willen vragen wat die enorme pleister boven zijn oog deed, maar het niet deed. Verder waren er ontmoetingen met onbekenden en bekenden op het North Sea Jazz festival, artiesten op afstand, Gregory Porter en Hans Dulfer, waarmee je ineens oog in oog staat; wat een feestje, mijn verjaardagscadeau. Maar er was nog meer, Roger Waters, verjaardag van Ravisie, weerzien met oude en nieuwe bekenden, gezellige fietstocht met mijn wandelmaatje, mijn Lief hockeytrainer van het jaar, nieuwe vrijwilligers vinden voor het maatjesproject dementie, allemaal meer dan de moeite waard. En uiteraard ook op het werk gebeurde en gebeurt er van alles. Soms energievretend, maar zo nu en dan ook zo onverwachts, stiekem heel erg mooi. 

Waar blijft de tijd? Tijd ook die ik zo nu en dan doorbreng met mijn vriendin. Tijd, waarin alles en zij zo veranderde. Moet eerlijk bekennen dat ik heel soms even een traan laat wanneer ik weer in de auto stap, op weg naar huis, naar mijn lief, boodschappen doen, terrasje pakken, even luchen... wetende dat dát is wat ze ook zo graag wil. Woorden vindt ze doorgaans niet meer en van tijd tot tijd zie, hoor en voel je dat ze zich met flarden realiseert wat ze niet meer kan. Gelukkig is er steeds meer kennis en begrip, maar ook mijn hart breekt als ik haar strijd zie om dat laatste stukje eigen regie, grip op haar lijf en leven. Roepend in de ruimte, als ze het niet snapt, bang is, oncomfortabel is en dus de aandacht wil, bevestiging zoekt van haar zijn misschien wel, juist omdat zij als geen ander ervaart dat het allemaal niet meer gaat zoals ze wil. Vaak volgt dan een diepe zucht, zo ook gisteren; gelaten en apatisch in de stoel toen ik naast haar ging zitten, was daar de zucht (van herkenning?) toen ik haar hand pakte en ze me aankeek. We hadden het al snel weer gezellig; wandelen op de dijk, genietend van het zonnetje met een koel briesje vanuit de weilanden. Poffertjes met cola op het terras en een tijdje later, in de stilte en rust van haar eigen appartement, keek ze me recht aan en pakte mijn hand, toen ik haar lachend vroeg: 'geef me de vijf vriendin'! Gewoon omdat het zo gezellig was, het fotoboek weer even werkte en er zo af en toe een mooie herinnering was, in de vorm van een schaterlach en een guitige blik (toen ik zei dat wel heel verliefd op de foto stond) en weer een verrassende volzin bij het zien van een babyfoto: 'mooiertje hè, dat kind van mij...'


En zo was ik me er de afgelopen weken regelmatig van bewust dat ik dikwijls met mijn gedachten zowel in het verleden, heden en de toekomst ben. Dat wat er in het verleden gebeurd is, wel eens gevolgen heeft in het heden, maar in de toekomst niet altijd meer nodig is. Ach ja, zo spelen oude gedachten, meningen en zienswijzen mij nog wel eens parten. Gelukkig leer ik iedere dag weer en meer, dat, als ik vol vertrouwen doe wat mij het meeste inspireert, ik een gelukkiger mens ben, het leven leuker is en zelfs de wereld een stukje mooier. En dat alles brengt me bij een voor mij wel hele belangrijke waarde: vrijheid. Vrijheid te denken, te doen en te laten, wat goed is, goed voelt, of misschien ook wel helemaal niet. Die vrijheid gun ik iedereen, in welke vorm dan ook, voor nu en de toekomst! 



dinsdag 26 juni 2018

Alles went...

 
Vandaag, tien jaar geleden. 'What's in een date', schreef ik ooit, want wat maakt het eigenlijk ook uit. Vandaag, 7 juni, 18 maart...  Die dag, die dagen, waarna eigenlijk nooit meer iets hetzelfde is.
Ze horen zo bij het leven, en bij de dood, onlosmakelijk verbonden, samen.
 
En als ik een beetje mijn best doe, kan ik haar bijna horen, mijn lieve moeder: 'Echt lieve schat, geloof mij nou maar... alles went, uiteindelijk, echt! 
 


zondag 27 mei 2018

Een dingetje...


    Foto HuizeHens 14 mei t/m 27 mei

Bijna een jaar geleden begon ik aan dit nieuwe avontuur. Enigszins verplicht, in het kader van mijn nieuwe functie per 1 januari 2017; het was een van de eisen. Anderzijds vrijwillig, zelf uitgezocht en goed over nagedacht. Maar ook best wel een beetje spannend, buiten mijn comfortzone zeg maar, ondanks het feit dat een leven lang leren inmiddels een passie is.

Dat was dan ook dat 'dingetje' waar ik het laatst over had, dat ik 'nog even' moest doen, een dag na de verjaardag van mijn Lief. Daardoor niet uitgebreid gevierd, maar allicht wel een heel klein beetje. Op een alledaagse dinsdagmiddag om 14.15 uur was het tijd voor mijn eindassessment van de opleiding Post HBO Management Zorg aan de CHE. Met bijna geen stem (hooikoorts/bronchitis) en twee heren strak in het pak tegenover me, kwam er na een uurtje ondervraagd worden en twee ferme handdrukken en lachende gezichten een einde aan een hele boeiende en leerzame periode. Bloed, zweet en tranen is wellicht net iets te zwaar aangezet, al zat het er zo nu en dan niet ver vanaf. Pas achteraf realiseer ik me hoeveel tijd en energie het heeft gekost, zeker de afgelopen maanden, zwoegend aan het eindproduct. Toch weet ik het zeker, als ik 6 juni a.s. -best wel een beetje trots- mijn diploma in ontvangst neem; het was het meer dan waard (en ik zou het zo weer doen :-)).

Een en ander maakte echter wel dat ik soms behoorlijk moest schipperen met mijn tijd, deadlines behoorlijk krap werden en er af en toe simpelweg minder tijd was voor alle andere, leuke, lieve, gezellige en belangrijke zaken. Maar, die tijd is voorbij! Vanaf nu weer alle ruimte voor alles, iedereen en mezelf. Uiteraard in random volgorde... 

Ik geniet nog even na van alle lieve felicitaties en prachtige bossen bloemen. Ben blij dat we tweede Pinksterdag weer eens ouderwets met lieve vrienden een 45 kilometer wegtrapten in het prachtige Twente. Natuurlijk onder het genot van een hapje en een drankje vooraf, tussendoor en aan het einde. Ook vond ik eindelijk de rust om voor mijn dierbare vriendin juist die sandalen te halen die ik al langer op het oog had. Niets lekkerder dan blote voeten met dit warme weer, dus net op tijd.

Op tijd ook om in alle rust, in de vroegte, in mijn eentje buiten te zitten, op zo'n mooie dag als vandaag. Even nietsdoen, gewoon omdat het kan. Voordat de zon op is, de violen van de buren van water voorzien. Hier en daar wat onkruid trekken (werkt nog altijd therapeutisch), beetje 'pootje baden' op z'n tijd in het zwembad (wat een luxe en goed idee van mijn Lief om deze maar weer eens van stal te halen) én zo direct lekker buiten eten, bonuskind aan de bbq, samen met zijn vader *knipoog, terwijl op veel plekken in het land de regen met bakken uit lucht schijnt te komen. Tja, klinkt als klein geluk, voelt als -en is- ronduit groot geluk.

zondag 13 mei 2018

Vandaag


Ook zo'n dag als vandaag
even extra stil
het gevoel van
gemis
nooit voorbij

Ook zo'n dag als vandaag
eigenlijk net als
alle andere dagen
altijd daar

Ook zo'n dag als vandaag
niet meer en
beslist niet minder
het gemis

Ook zo'n dag als vandaag
herinneringen
en zeker weten
dat ze er is

~~~~


wat een 'wereldwijf'

dat was mijn lieve moeder ook
en dus, hoe toepasselijk 

zaterdag 12 mei 2018

Iets met tijd...


Tijd. Het ons zo welbekende verschijnsel, 'waarbij van een gebeurtenis gezegd kan worden dat deze na een andere gebeurtenis plaatsvindt. De tijd wordt wel gezien al een opeenvolging van tijdstippen. Daarnaast kan bepaald worden hoeveel tijd een gebeurtenis na een andere plaatsvindt. Het betreft dan de tijdsduur tussen twee tijdstippen. Tijd is het begrip waarmee deze volgorde en duur wordt beschreven.' Tot zover welkom bij Wikipedia.

In feite kan ik beter zeggen: 'Welkom bij HuizeHens', of misschien beter: 'Welkom terug.' Ik ben eigenlijk zelfs een klein beetje benieuwd of jullie lezers mijn blog nog weten te vinden. Tja, de tijd zal het leren.

Ach ja, die tijd die weet wat. Ik had er de afgelopen periode behoorlijk mee te stellen. Ook wel best veel van nodig, gezien alle deadlines, stress, te weinig uren in de dag, te weinig dagen in de week. Althans, in mijn perceptie. 'Want tijd als zodanig kunnen we immers niet waarnemen. We kunnen het alleen afleiden uit veranderingen van bepaalde gebeurtenissen.' (Wikipedia). Nou, ik kan je zeggen, die gebeurtenissen waren er genoeg, de afgelopen tijd; tijdstippen en momenten volgden elkaar dan ook in rap tempo op. 

Maar, ik ben er weer en ik heb (bijna) weer alle tijd. Ruimte is er eveneens. Ook in mijn hoofd. Gelukkig, want volgens Einstein - hij was zo gek nog niet- zijn er overeenkomsten aan te wijzen tussen ruimte en tijd, maar is er ook een onderscheid. Je kunt je vrijelijk bewegen in de ruimte, maar niet in de tijd... En al snap ik deze, ik was nooit zo'n ster in natuurkunde. Eigenlijk heb ik mezelf altijd wijsgemaakt dat leren nooit echt leuk was. Studeren zat er bij ons thuis toch niet in. Dus och, waarom dan leren? Ik deed het wel, misschien zelfs met de bekende 'vingers in mijn neus'. Maar of ik het nu zo leuk vond? Rare uitdrukking eigenlijk hè. Ik mocht als kind namelijk echt niet met mijn vingers in mijn neus zitten. Volgens het woordenboek van populaire uitdrukkingen, clichés, kreten en slogans (ik wist niet eens dat het bestond) van Marc de Coster, is het Vlaams wielerjargon en betekent het 'zonder veel inspanning'. Dat wist ik dan weer wel. Het is ontleend aan het Frans; naar verluidt zou het steken van de vingers in de neusgaten van paarden een kalmerende uitwerking hebben. Afijn, binnenkort maar eens navragen bij een collega, tevens paardenkenner. Ook daar heb ik immers weer tijd voor, nu ik de tijd (bijna) weer heb.

Waar ik dan zo druk mee was, de afgelopen tijd? Ik beloof, daarover de volgende keer meer. Nog één 'dingetje' om af te ronden aankomende week en dan heb ik echt weer ALLE tijd, voor al die andere leuke, gezellige, spontane, te gekke dingen, waarvoor ik... ach, je weet wel, iets met tijd en zo.

Ik kan in ieder geval wel alvast verklappen dat wat ik heb gedaan, -buiten interessant, inspirerend en ongelooflijk boeiend- ik onwijs gaaf vond om te doen!



zondag 8 april 2018

Op een mooie lentedag...

 
Als ik de gang in loop, zie ik haar zitten in een van de bruinleren eetkamerstoelen met wieltjes. Hoofd naar beneden, beetje mopperend, af en toe voor zich uit roepend. Op mijn 'Hé lieve vriendin', schiet haar hoofd omhoog en kijk ik in een paar stralende ogen, terwijl ze lachend roept: 'HÉÉÉÉÉ....'.

Struikelend over teveel woorden tegelijk, vertelt ze wat ze zeggen wil. Ik voel haar onrust. Geef haar een zoen op haar voorhoofd en zwaai naar de bewoners in de huiskamer. Mevrouw v. K. schenkt me een lieve lach en lijkt ook altijd blij me te zien; geweldig!
Ik praat kort met haar -nu nog- EVV'er, over dingen die ons al lang niet meer verbazen en draai me weer om naar mijn vriendin. 'Ik heb iets lekkers meegenomen, heerlijke zoete aardbeien.' Te druk met haar stoel, haar voeten en haar verhaal, ontgaan de rode zomerkoninkjes haar volledig.
Ik pak haar handen en vraag wat ze wil. In een moeite door staat ze op en zo wandelen we voetje voor voetje naar haar kamer.

Mijn lieve vriendin, het ene moment vrolijk, relaxt en alert. Het andere somber, bang en onrustig. Toch herken ik deze laatste twee jaar een rode draad in haar verhalen; ze wil weg, ze wil hier niet zijn, en zo ook vandaag.

Zittend in haar luie stoel, onder het zachte pluche dekentje, doezelt ze even weg. Het geeft mij de gelegenheid plantjes water te geven en de waterkoker aan te zetten voor een kopje zachte honingthee bij het broodje knakworst zo meteen...

Het is een echte mooie lentedag en eindelijk is weer gelegenheid op zoek te gaan naar de zwanen. 'De zwarte?' vraagt ze. Ik moet eerlijk bekennen dat ik die daar nog nooit heb gezien. De variant valt gelukkig ook in de smaak; schapen met speelse lammeren.

Na onze wandeling aansluiten bij alle anderen op het terras, blijkt echter geen succes en dus zoeken we weer lekker haar eigen rustige plek op voor een ouderwetse manicure.
Onder het nagels lakken, vallen af en toe haar ogen dicht. ‘Oooh…’, klinkt het ineens uit haar mond en ik vraag waarom ze roept. ‘Ik ben bang’, zegt ze. ‘Ik zie het niet.’ Ze kijkt omhoog en vindt mijn ogen. ‘Wat voel je dan?’, vraag ik, terwijl ik zachtjes over haar wang streel. ‘Machteloos…. Ik kan het allemaal geen plekje geven. Moet altijd extra mijn best doen.’ Als ik zeg dat me dat ook niet fijn lijkt, vermoeiend ook vooral, knikt ze. ‘Misschien kun je wel iets minder je best doen.', zeg ik, 'Je doet al zo goed je best, en volgens mij is dat meer dan genoeg.’ Ze glimlacht en zegt, terwijl ze met de achterkant van haar hand resoluut langs haar mond veegt: ‘maar als ze dat doen… en niet vragen…’ en een paar brutale ogen kijken mijn kant op...

Tja, ik snap wat ze bedoelt en beaam dat dát ook niet fijn is. Dat iemand zeker kan vragen of ze je mond mogen afvegen – terwijl ik de daad bij woord voeg. Langzaam loopt er een straaltje vocht uit haar mondhoek; het vergeten om af en toe te slikken…

‘Oooh…’klinkt het weer, ‘toevallig’ op de toon van het liedje 'Ozewiezewoze...' en als ik begin te zingen, zingt ze lachend mee, mijn bijzondere vriendin...


zondag 18 maart 2018

Vandaag...

...en toen ineens hield het op -een dag of 10 geleden- en ging ook bij mij het welbekende lichtje uit. Mijn manager lachte om mijn blijkbaar beeldende uitleg die ochtend over hoe ik me voelde: komend uit een '11-ronden durend kickboksgevecht met Badr Hari'; geradbraakt, spierpijn die zijn weerga niet kende, om over de rest nog maar te zwijgen. Niet dat ik überhaupt weet hoe een kickbokser zich voelt na een gevecht hoor, maar ik denk dat ik aardig in de buurt zat.

Met de liefdevolle verzorging van mijn lief, kopje thee met melk en een droog beschuitje op z'n tijd, dook ik weer onder mijn dekbed, om er voorlopig de eerste dagen niet meer onderuit te komen. Na een paar dagen mijn longen uit mijn lijf gehoest te hebben, vond ik het echter welletjes. Toch maar even naar de huisarts en checken...

Afijn, nog drie dagen en dan is de AB-kuur achter de rug, is hopelijk de allergische reactie op de koorts weg en behoort de bronchitis tot de verleden tijd. Die verstopte neus leer ik wel mee leven, want er is namelijk genoeg te doen. Niets voor mij dat stilzitten, me zo slap als een vaatdoek voelen, geen energie te hebben om ook maar iets te ondernemen en/of te doen. En terwijl ik dit tik, moet ik bekennen dat mijn hoofd nog verre van helder is en zelfs behoorlijk wattig aanvoelt. Hoor ik alle goedbedoelde adviezen in mijn achterhoofd: 'niet te snel weer beginnen hoor Heleen, het is een draak van een virus, rustig aan...'. Maar ja, maar ja, maar ja. De wattigheid maakt overigens ook dat ik niet eens in paniek raak als ik bedenk wat ik allemaal nog moet doen, wie ik allemaal nog moet bellen, wat ik allemaal nog moet leren, regelen... al zou ik in de paniek willen schieten, ik heb er niet eens de puf voor, maf hoor.

Ik kijk naar buiten. De zon schijnt. Ik realiseer me dat ik al meer dan tien dagen niet buiten ben geweest. Althans, als je het bezoekje aan de huisarts en apotheek buiten beschouwing laat; auto in, auto uit.

Terwijl ik naar buiten kijk, waar de zon schijnt, realiseer ik me ook hoe iets zo'n vertekend beeld kan geven; het lijkt zo lekker, maar je weet wel beter. Tegelijkertijd staat mijn vage hoofd niet stil en denk ik aan lieve mensen die ik al te lang niet heb gezien/gesproken. Afspraken die ik al maanden probeer te maken. Mailtjes die ik al weken probeer te schrijven. Huiswerk dat blijft liggen, de deadline nadert. Ontwikkelingen op het werk die aandacht behoeven. Vrienden die ik nooit meer zal zien, simpelweg omdat ze er niet meer zijn en dat doet me dan weer denken aan dit liedje, zo toepasselijk, twee jaar geleden op deze dag, zo toepasselijk twee jaar later.

'Alles is werkelijk en alles is zoals het moet zijn...' en ik kijk naar buiten, waar de zon schijnt, ook vandaag...





bron: Frank Boeijen/Pessoa

woensdag 28 februari 2018

woensdag 21 februari 2018

Dromen






Dagen kan ik dromen
loop ik in gedachten mee
had zo graag je meegenomen
nog één keer naar die zee


Steeds weer die beweging,
angsten en geen rust
Wat nog over is gebleven
denkbaar, nog één keer naar die kust


Ik weet het, water en de wind
dat nog een keer te voelen
Want ach, wie weet
stopt één moment het woelen


Kijken naar het water,
al is het maar voor even,
omdat simpelweg
niets uitmaakt
in dit leven
De wind, die lucht
de stilheid van jouw wezen
die kracht niet meer
alleen wel af te lezen
 
Nu en dan zo nodig, verstoken van, daar willen zijn
't is niet veel groter, en oprecht, bescheiden klein

Altijd weer iedereen,
zoveel of niets te zeggen
over alles,
hoef jij niets uit te leggen

Soms eenvoudig zwijgen,
je blik meer dan genoeg
't stil zijn van jouw woorden
wellicht net nog te vroeg


Dan vraag je me: Waarheen? Waar ben ik dan?
Tot dan en zolang nodig
doe ik met liefde wat ik kan...