zondag 24 juli 2016

Zeg het met ...

Wat gebeurt er toch veel, in veertien dagen. En ieder dag dacht ik wel een keer (of twee): Ik moet schrijven, schrijf het nou toch op...

Maar ja, het bekende verhaal hè; tijd maken. Het lukt de ene keer nu eenmaal beter dan de andere.

En zo volgden de gebeurtenissen elkaar in rap tempo op, de afgelopen twee weken. Was ik plots -na ruim 25 jaar- op zoek naar een andere kapper. Tja, soms kom je ineens tot de ontdekking dat iets wellicht al even 'over datum is'. En ach, waar er ergens een deur dicht gaat... Woensdag a.s. staat er in ieder geval een nieuwe kapper(beleving) op het programma; ik heb er zin in!

Waar ik ook wel zin in had, was onze vakantie, begin september. Filosofeerden we er een paar weken geleden nog flink op los, over hoe, wat en wanneer ongeveer, en zo. Kwamen we vorige week helaas tot de ontdekking dat het dan ook wel handig is als die periode geblokt staat… in verband met een eventuele nieuwe opdracht, en zo… van mijn lief… die 22 augustus begint...
Euh, laat ik maar zeggen dat ik jullie eind september vertel waar dit alles goed voor was, want daar moet het toch iets mee te maken hebben, toch?

Gelukkig waren er deze twee weken allicht ook weer genoeg mooie, leuke en gezellige momenten. Je weet wel, van die gebeurtenissen die eigenlijk stuk voor stuk blogwaardig zijn… Naja, afijn, één ding is zeker, het zijn in ieder geval belevenissen waar ik vrolijk van word. En jullie weten het ondertussen, die dingen deel ik graag, omdat ik immers liever het mooie zoek en benoem!

Zo was er een moment dat mij blij ontroerde, vorige week zaterdag toen ik bij mijn vriendin was. We zaten lekker buiten, kletsend over de afgelopen week en smullend van al het lekkers en moois, toen ineens één van de zorgzusters voor mijn neus stond. Ze bracht ‘even’-op haar vrije dag- een prachtige bos sneeuwbollen uit eigen tuin. Toen ze de dag ervoor met zo’n zelfde bos op het werk kwam, riep mijn vriendin spontaan; ‘Owh zo’n bos zou ik nou graag aan Helena willen geven’; geweldig lief, van alle twee.

En had ik al verteld dat mijn bonuskind ‘gewoon even’ zijn propedeuse haalde? Zo stoer, leraar Aardrijkskunde in spe. Onnodig te vertellen dat we trots zijn en dat we dit op gepaste manier vierden met een prachtig tour door de Amersfoortse grachten, een verfrissend drankje op een gezellig terrasje, met als afsluiter een heerlijk etentje.


Vorige week zondag fietsten we gezellig met vrienden door het mooie landschap van Doesburg. En hoe kan het ook anders, maar op de een of andere manier komt er bij ons dan ook altijd wel iets van ‘horeca’ om de hoek kijken *knipoog*, zoals een spontaan wijnproeverijtje. Gelukkigerwijs was de tocht lang genoeg om nog wat calorieën te verbranden, al kwamen die er ’s avonds op het terras wel weer heel snel bij, geloof ik. Ach, het was dan ook voorlopig onze laatste uitspatting. 
Sinds maandag ‘bakkeren’ we er met z’n tweetjes lekker op los. En, eerlijk is eerlijk, het bevalt uitstekend en we voelen ons fitter. Voordeel daarvan is weer een aantal prachtige fietstochten in de avonduurtjes, waar we intens van genieten, zoals eigenlijk van alles om ons heen.



En o ja, deze week staat er overigens nog een geheel andere beleving op het programma; iets met #vrijwillig, #coördineren #dementie #maatjesproject... maar ik beloof plechtig dat ik daar dan weer een aparte blog aan wijd!


zondag 10 juli 2016

Mijn vriendin: zo maar een zaterdag

Weet je, ik heb er gewoon geen moment bij stilgestaan, dat het moment zou komen en ik haar help met verschonen, simpelweg omdat het haar zelf niet meer lukt. Gisteren was het er ineens en hoorde ik net voordat we de deur uitgingen: 'Wil je me nog even helpen Heleen... volgens mij gaat er iets niet helemaal goed nu.' Ach ja, ik heb het ooit bij zoveel vreemden gedaan, dus waarom nu ook niet, me onderwijl realiserend hoe snel en onherroepelijk meneer Alzheimer te werk gaat; de realiteit.

Als we klaar zijn, fris gewassen, inclusief tanden gepoetst, haren gekamd en lippen gestift, krijg ik een dikke knuffel en zegt ze dat ze blij met me is, 'maar ook omdat we nu naar het tuincentrum gaan hoor...'.

'Owh, kijk eens Heleen...' hoor ik ineens achter me, 'dat zijn wij!' en ze wijst naar het schilderij aan de muur, achter de kassa. De kassière, bij wie ik onze broodjes kroket sta af te rekenen, schiet in de lach en terwijl ze mij de pinbon geeft, gaat haar hoofd nog even van mij naar mijn vriendin, en weer terug. 'Jawel hè', zeg ik, 'klopt best aardig, toch?' en ik grijns wanneer ik twee van die verlegen roze blosjes op haar wangen zie verschijnen als we richting ons tafeltje lopen.

Zaterdag, mijn vriendin en ik zitten in een best knus restaurantje van een klein tuincentrumpje bij haar in de buurt; het is tenslotte bijna lunchtijd. Terwijl we wachten op onze bestelling, bel ik ook nog even snel 'het huis' met de mededeling dat ze dit keer niet op ons hoeven te wachten met de wentelteefjes...

Ik schenk de cola in voor mijn vriendin en laat haar de foto zien die ik net gemaakt heb van het schilderij. 'Vind je het een goed idee als ik hem inlijst en op je kamer hang?' 'J a  h o o r, 'Roe...' en al komt ze niet helemaal uit de naam, schatert ze het uit. 'Roe...' is één van de lieve zorgzusters die mijn vriendin tot aan vorig jaar december thuis verzorgde. Ze komt ook nog steeds op bezoek en de opmerking: 'Vind je het een goed idee' roept bij mijn vriendin dan ook altijd nog leuke herinneringen op. Soms gooi ik hem er expres in. Vandaag ging hij echter geheel ongemerkt, maar zorgde ook nu weer voor een hilarisch moment.

Ineens zie ik dat haar ogen vochtig worden. 'Hé, 'wat gebeurt er nou dan toch?' vraag ik rustig. Ze herpakt zich gelijk en zegt: 'Nou ja, woensdag was ook al zo gezellig en nu denk ik, waar heb dit nou weer aan verdient? Het lijkt wel of ik jarig ben; jij maakt altijd overal zo'n feestje van...'. 
Ik heb zo snel niet echt een pakkend antwoord en net als ik beaam dat het inderdaad heel gezellig was, zie ik dat ze zachtjes huilt. Ik zie de mensen naast ons wat ongemakkelijk kijken en verschuiven op hun stoel en voel ik wat priemende blikken achter mij. Terwijl ik een zakdoekje geef en haar hand pak, zegt ze ineens uit het niets: 'Maar snap jij nou eigenlijk waarom ik mijn broer en zus niet zie, dat vind ik nou toch zo jammer. Dan zouden we dit soort dingen ook kunnen doen'; haar werkelijkheid. Ik bevestig haar gevoel en zeg dat ik haar snap, maar besluit ook ter plekke dat ik niet helemaal meega in haar emotie; uitleggen heeft helaas vaak geen zin meer, afleiden des te meer, ook dat is de realiteit.

'Hé, kijk me eens aan', zeg ik, 'weet je nog... als je lacht ben je echt veel mooier...'. Door haar tranen heen schiet ze in de lach, wrijft haar ogen droog en zegt: 'Oké, ben er klaar mee...'. Ondertussen vraag ik of haar nieuwe BH lekker zit, diegene die we woensdag hebben gekocht. 'Heb ik die aan dan?' En terwijl ze checkt -ook dat weer wat vage blikken van het publiek oplevert- knikt en humt ze bevestigend en kletsen we nog heel eventjes door over woensdag; de twee prachtige, nieuwe BH's, een heerlijk broodje haring, lekker even op de bank in slaap vallen, onder het genot van verhaaltjes van Toon H, èn dan ook nog de poes die spontaan bovenop je komt liggen, waardoor ik twee snurkers had i.p.v. één...

Ze lacht inmiddels weer breeduit als ik vraag of ze mosterd op haar kroket wil en daarna het broodje zo in haar hand leg dat ze er gemakkelijk vanaf kan happen. Tja, soms gaat 'helpen' gewoon ook heel ongemerkt en als ik het tijd vind om wat te drinken, zeg ik dan ook gewoon 'cheers', terwijl ik mijn glas omhoog houd... pakt ze vanzelf ook haar glas en proosten we volmondig saampjes op het goede leven; gewoon onze waarheid, op dat moment...




  

zondag 3 juli 2016

Doe het zelf versus Decadent

Het was bij ons thuis vroeger de normaalste zaak van de wereld dat je als kind je steentje bijdroeg in het huishouden. Althans, als meisje dan hè. In mijn beleving namelijk hoefde mijn broer nooit zoveel te doen of te leren, en al helemaal niet op dat gebied. De meiden daarentegen leerden al snel de geheime kneepje van 'het vak', onder het mom van 'altijd makkelijk voor later als je groot bent en je op jezelf woont... of zoiets.'

Helpen met koken vond ik altijd het leukste. Het meest fascinerende vond ik nog hoe mijn moeder toch altijd alles op hetzelfde ogenblik op tafel kreeg; ik dacht dat ik dat nooit zou leren. Blij werd ik echter vooral als we bloemkool aten en ik mocht roeren in het maizenapapje (en ja, ook ik likte daarna de lepel af). De rest van de klusjes in huis boeide me nooit zo, al was mijn moeder nog zo'n ster in het huishouden. Ook hier verbaasde ik me menig keer over, hoe ze het 'zooitje ongeregeld', zoals ze het zelf vaak noemde, tussen alle bedrijven door zo goed op orde hield. Voor mijn gevoel was ze altijd bezig en werkte ze dag en nacht. Ze draaide haar hand er niet voor om, nog voor mijn vader de deur uitging 's ochtends, op haar brommertje een krantenwijk te doen. Was altijd net op tijd terug om ons wakker te maken, zodat we samen konden ontbijten. Als iedereen de deur uit was, ging zij naar haar eigen werkhuizen, was weer net op tijd thuis voor het zo bekende kopje thee met een biscuitje. De boodschappen had ze dan al gedaan, op de fiets, want om 18.00 uur moest het eten op tafel staan... Na het avondeten hielpen wij, geheel niet vrijwillig, met de afwas (of vluchten we naar boven met de smoes dat we heel veel huiswerk hadden) en kon zij nog net even wassen en strijken voordat er om 20.00 uur koffie gedronken werd. Als dat allemaal gedaan was, iedereen voorzien was van zijn natje en droogje, wij dan eindelijk op bed lagen, kon zij enigszins rustig de dag afsluiten; werd er voor de volgende dag alvast brood gesmeerd, aardappels geschild en boontjes gedopt en kwam nog vaak even de naaimachine op tafel om het laatste verstelwerk te doen, wat er altijd wel was... en toch bleef ze lachen, meestal... Soms ook niet hoor, schoot ze behoorlijk uit haar slof. Maar ja, dan had je het er vaak wel zelf naar gemaakt, dat dan weer wel.

In veel opzichten lijk ik op haar, in sommige ook helemaal niet. Zo lukt het mij bijvoorbeeld echt niet om iedere week mijn huis spik en span te hebben (om meer dan één reden, dat dan ook wel weer, maar toch). Bij ons liggen nu eenmaal de kranten, post en folders regelmatig verspreid over tafel en bank. Hebben we een heerlijke eettafel, waar je dus ook heel fijn heel veel op kwijt kunt en ligt de was niet netjes, strak gestreken, op maat, merk en kleur in de kast, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Toch vond ik - en vind ik misschien nóg wel - dat ik het allemaal wel zou moeten kunnen, soort van, want... Ach ja, iets met 'overtuiging', meegekregen in de opvoeding, dat de vrouw het huishouden bestiert en netjes houdt *schaterlacht*.

Afijn, om een lang verhaal in te korten, en het bewijs dat ook ik nooit te oud ben om te leren, ben ik dan ook gewoon onwijs blij dat we de knoop eindelijk hebben doorgehakt. 

Als we nu op donderdagmiddag thuiskomen van het werk, ruikt ons mooie huis weer naar fris en schoon-gedweilde vloeren, glimt de keuken en het sanitair en ligt de schone was weer in een kast, in plaats van -zoals nu- verspreid over de logeerbedden. En al zal het nooit zo 'strak' worden als vroeger bij ons thuis, moeten we die kast overigens nog wel even halen ... voelt het misschien stiekem toch nog een heel klein beetje decadent, of zo...