woensdag 21 november 2018

Bruggetjes; cadeautjes soms

Het duurt even voordat ik gerommel in het slot hoor. Even later zwiept de brede deur met een grote zwaai open. In de deuropening staat een kleine, fragiele dame. 'Zo', klinkt het krachtig. 'Ben jij toevallig mijn bezoek van deze middag?' Zo klein als ze is, zo stevig zijn haar woorden. Ik steek glimlachend mijn hand uit en stel me voor. Ze schiet in de lach als ze mijn naam hoort (en ik even later ook) wanneer ze zegt: 'O ja, die mooie naam. Iets met katoen...plukker of zo, met linnen... maar dan net even anders'. 

Toen ik haar twee weken geleden belde om een afspraak te maken, wilde ze heel graag mijn naam opschrijven, anders zou ze het vergeten, zei ze. Ook haar gaf ik mijn bekende ezelsbruggetje: 'Denk maar aan 'de katoenplukker'', zei ik, 'versus 'de linne(n)weever''. Ze vond hem toen al subliem. Meestal werkt het, en dit keer dus ook; het ijs was dan ook snel gebroken. Toen ik ook nog vertelde dat de naam uit Den Haag komt, was dat weer een mooie brug naar Scheveningen, waar haar roots liggen. Er volgde als vanzelf een mooie herinnering, hoezeer ze het miste ook, dat duinpad, met al die schelpen. Alleen, dan was je er nog niet, je moest nog even doorlopen, om dan ineens... 'dat heerlijke geluid hè, die branding...' Het gemis was even niet alleen zichtbaar, maar ook voelbaar in de ruimte.

Het uur vliegt om, wordt vijf kwartier, waarin ik een grand tour krijg door haar huis: 'Je moet echt even boven kijken, want mensen vragen me altijd of ik alleen in dat mooie, grote bed slaap. Ja, jammer eigenlijk hè...' Haar schaterlach weerkaatst in de ruime slaapkamer. Weer beneden vertelt ze eerlijk dat ze nog steeds auto rijdt. Maar ook dat ze bang is. Bang soms om zoveel alleen te zijn, de dagen duren lang. Ze weet dat ze steeds meer inlevert, want ze voelt -'dat zeggen mijn dochters ook'- dat ook dat binnenkort stopt: 'En hoe kom ik dán in Purmerend?' Ze realiseert zich goed dat ze achteruit gaat: 'Tja, ik word gewoon dement joh, sorry.' 

Haar ogen beginnen te stralen als ze vertelt over haar kinderen, de kleinkinderen, haar moeder, haar broertje, die in het kamp heeft gezeten; ze hadden het lang niet makkelijk vroeger. Toch voelt ze zich rijk, heeft een mooi leven gehad: 'En zo wil ik het graag nog even houden hoor. Dus, nee, ik ga niet meer naar die 'tuttenclub' waar ik met niemand een goed gesprek kan voeren. Wat denken ze wel, ik wil een beetje aansluiting.' Mijn bruggetje naar de 'Kennisclub', waarvan ik weet dat de casemanager daar mee bezig is. En ik vertel haar over het ontmoetingscentrum, waar activiteiten zijn voor hoogopgeleiden of mensen met een brede interesse; er volgen nog meer mooie herinneringen van eerste en tweede liefdes en de universiteit waar ze gewerkt heeft. Ineens zegt ze: 'Dit wat jij nu doet, is trouwens ook best leuk werk hè?' En zo krijg ik wederom een cadeautje; een prachtige brug om het maatjesproject verder uit te leggen. Ik vertel haar wat we precies doen, dat ik zelf dus ook vrijwilliger ben, en dat ik zo snel mogelijk op zoek ga naar een vrijwilliger die goed bij haar past. Uiteraard op basis van wat ze mij zojuist allemaal vertelde. Met een guitige blik zegt ze: 'Owh, maar jij mag ook best blijven komen hoor'. 'Met jou krijg ik geen ruzie, jij bent namelijk gewoon beschaafd ook, en met jou kan ik tenminste een normaal gesprek voeren...' 

Jongens, wat houd ik toch van dit vrijwilligerswerk! Hoe mooi is het dat ik iedere keer zo maar weer even een moment wordt binnengelaten in iemands leven, en vandaag zelfs twee keer. En natuurlijk, met de ultieme hoop dat je daarmee ook daadwerkelijk iets van betekenis kunt zijn in dat leven; weer genoeg (vrijwilligers)werk aan de winkel dus! 

zondag 18 november 2018

Zo ineens

Ineens ben ik er weer, daar waar ik al even niet meer was geweest, terwijl mijn handen blijven rusten op een artikel in de Margriet van vorige week. In een split second, heel even negen jaar terug in de tijd. Fragmenten nog altijd even scherp, al kan ik er intussen met een zachtere blik naar kijken.

Die ene vrijdagavond, de zevende augustus. De geluiden, de beelden, de details! De kat die naar boven vliegt, terwijl de kattenbrokken in het rond vliegen; in mijn run om de voordeur open te zetten voor de hulpverleners, schopte ik per ongeluk zijn etensbakje om. De stem door de telefoon, die me dringend gebied hem op speaker te zetten: 'Kun je reanimeren? Dan nu, ik tel mee...'; het tellen hoorde ik niet, wel in mijn hoofd het deuntje 'staying a life' van de Bee Gees, blijven hangen van een BHV-training uit een ver verleden. Ineens het huis vol, kordate stemmen achter me: 'Stop maar, stop maar, we zijn er, we nemen het van je over
'; gebiologeerd bleef ik op een afstandje naar ze kijken. 

Mijn gedachten, als één van de politiemannen hoorbaar geëmotioneerd zegt: 'kijk maar niet hoor mevrouw, het is namelijk niet zo'n fijn gezicht'. En ik dacht alleen maar, ach, je moest eens weten; het beeld voorgoed op mijn netvlies gebrand. De sigaret die ik buiten in één beweging aansteek en vol afschuw gelijk ook weer uitmaak, ik lijk wel gek. De buurman aan wie ik mijn sleutel en telefoonnummer geef, voor het geval dat, en of hij straks even naar de kat wil kijken misschien; we woonden er net vier maanden... 

De rit met zijn collega naar het eerste ziekenhuis. Dat moment als we de rotonde opdraaien en horen dat er thuis eindelijk weer hartritme is. De ontelbare bekertjes zwarte koffie en sigaretten, buiten op het bankje bij het ziekenhuis, wachtend op nieuws; het was dan ook een zwoele zomeravond. De waarschijnlijk moeilijkste telefoongesprekken van mijn leven. Die nooit verwachte, pijnlijke reactie, maar gelukkig ook heel veel bemoedigende. Het gespannen maar ook opgeluchte gezicht van de dienstdoende cardioloog die naar buiten komt lopen en zegt: 'Hij is er weer, maar hij is er nog lang niet...' De dagen op de IC, de bikkelharde woorden van de intensivist: 'We weten niet of en hoe hij wakker wordt'; ze gaven hem nog geen vijf cent, zo hoorden we heel veel later. Zijn constante gevecht tegen de beademingstube, het koelen, de koortsaanvallen, de longontsteking, de slapeloze nachten, de onzekerheid, e vragen, herkent hij me wel als hij wakker wordt; we kenden elkaar amper twee jaar... 

En toch hè, ik heb nooit één moment getwijfeld, aan de liefde van mijn leven. Kan ik nog zoveel meer vertellen, al die kleinigheden, bijzonderheden, ja zelfs misschien wel onbenulligheden; vergeten doe ik ze namelijk nooit. Ons verhaal, geen dag meer onbevangen. Daarentegen zoveel meer intenser dan ooit. Zo fietsen we pas nog 31 kilometer, ergens in ons mooie land. Picknickten we op een bankje in de zon, klonken we op onze trouwdag -alweer negen jaar- en dacht ik met een grote glimlach aan de mooie tekst die hij destijds voor me schreef: 



zondag 4 november 2018

Klaar mee

Wat een week. Zo eentje die ik blijkbaar eens in de zoveel tijd moet meemaken; het was dan ook al weer even geleden. Ik was er vrijdag dan ook wel een beetje klaar mee. Gisterenochtend toen ik wakker werd eigenlijk ook nog wel. Zo bedacht ik me dat ik best in mijn bed kon blijven liggen, gewoon de hele dag, of zo. Maar ja, toen ik daar -liggend in dat bed- weer wat verder over nadacht, vond ik dat vervolgens net even te veel verspilling van een mooie dag. Ik was tenslotte klaar met de week, niet met de nieuwe dag. Een nieuwe dag brengt immers weer nieuwe ronden, nieuwe kansen nietwaar. De afgelopen week, met al haar dingen(tjes) -in mijn wereld ondenkbaar-, liet ik dus los. Of misschien moet ik zeggen, wel denkbaar, maar het gebeurt gewoonweg niet. Ik zou het bijvoorbeeld niet in mijn hoofd halen. Maar ja, tja, wie ben ik hè.

Dus, klaar mee. Af laten glijden en geconcentreerd blijven op wat er wel goed gaat, of in ieder geval gaat binnen de voor mij belangrijke (werk)waarden. Een daarvan is rechtvaardigheid, maar ook samenwerking, deskundigheid, zorgvuldigheid en respect zijn er zo maar een paar die er voor mij behoorlijk toe doen in het leven. Daar past voor mij dan ook niet bij dat je iemand voor het blok zet, je collega's laat barsten... omdat het nu zo uitkomt. Tja, en als je dan over een van die grenzen gaat, dan kan ik inderdaad nog wel eens wat energie in een conversatie leggen, zoals mijn lief het gisteren zo prachtig verwoordde. Ach ja, 'Het is wat het is', zei ik vervolgens tegen het uitzendbureau, die deze wijze van 'opzeggen' blijkbaar prima vindt kunnen tegenwoordig, terwijl je nog een contract tot eind december hebt met elkaar. Kortom, ik kon het even niet nalaten te vragen aan de dame in kwestie hoe het zou zijn als de zaken omgedraaid waren. Ik met een telefoontje had laten weten dat de volgende dag de laatste werkdag zou zijn van hun kandidaat, omdat dat ons nu het beste uitkomt? Het antwoord moest ze schuldig blijven, de dame vond namelijk dat er mij niet viel te praten; er zat wellicht net iets teveel energie in mijn vraag...


Afijn, klaar mee dus. Laten we het vooral hebben over het weekend, twee meest mooie herfstdagen. Niet in bed blijven liggen dus, maar gewoon even bij de buurvrouw op de koffie; ik had nog wat servies van haar en hoorde toevallig dat ze stond te praten met iemand, die ik eigenlijk ook heel graag wilde spreken, maar nog steeds niet had durven aanspreken (excuus voor de wat lange zin). Even later zaten we dus gezellig, schoof buurman aan met kleinzoon en was het gewoon even best heel knus. Zo spraken we onder andere af dat ik woensdag zorg voor zelfgemaakte pompoensoep en nog geen drie uur later waren onze slaapkamerramen weer blinkend, het houtwerk ontdaan van alle spinnenpoep van de afgelopen periode en worden binnenkort ook de dakkapelletjes gedaan, hoe gaaf is dat. Zo zie je maar weer, er is altijd wel een reden je bed uit te komen!

Dat is facebook voor mij overigens niet. En dus loop ik al een tijdje rond met de gedachte daar binnenkort mee te stoppen; ik ben er wel een beetje klaar mee en al helemaal als er weer een vaag verzoekje binnenkomt van ene Piet-die-weet-ik-veel-wie-hij-is-en-waar-hij-mij-van-denkt-te-kennen... Ik wil mijn tijd graag aan andere dingen besteden. Toch realiseer ik me natuurlijk terdege dat een aantal van jullie via deze weg mijn verhalen leest. Ik vind 1 januari 2019 dan ook een mooi ijkpunt, het jaar rond. Daarbij geeft het iedereen die wil blijven lezen (wat ik uiteraard heel erg leuk vind) de tijd om op 'volgen' te klikken op mijn blogpagina. Je krijgt dan vanzelf een melding in je mailbox als ik weer eens wat (on)zinnigs aan 'het papier' toevertrouwd heb. Mijn verhalen deel ik eveneens via twitter en ik gebruik dit jaar Instagram om iedere dag een foto te uploaden van iets dat ik mooi en de moeite waard vind om te delen met de wereld.


Een paar dagen geleden was dat een upload van een intiem concert van Beth Hart in Tivolli, met de toepasselijke titel: 'Mama this one's for you'. Het was maandag 29 oktober, de geboortedag van mijn moeder *knipoog*…  


zondag 28 oktober 2018

Loslaten...

De bladeren aan de bomen wiegen zachtjes heen weer, als ik toevallig een blik naar buiten werp. Er valt er eentje. Gedragen door de wind, dwarrelt hij weg. Herfst. Loslaten, denk ik gelijk. Ach, hoeveel is daar al niet over geschreven? Maar wel een woord dat vooral de afgelopen week door mijn hoofd spookte.

Loslaten van (het) leven, van iemand. Vaak zo onlosmakelijk verbonden met de dood. Als het moment daar is, gaat het gek genoeg vanzelf. Al denk je van tevoren misschien dat het je nooit gaat lukken. Belangrijk om te doen ook, dat loslaten van iemand. Zodat diegene ook de rust en de kracht vindt en voelt dat het goed is om te gaan, het leven los te laten. Mijn ervaring leert inmiddels dat het een intens, bijzonder, maar ook heel waardevol proces is om mee te mogen maken.

'Je zult wel in een zwart gat vallen Heleen...' Een opmerking die ik regelmatig hoorde toen mijn vriendin nog leefde: 'Wat als ze er niet meer is, dan zul je wel... ' En ook nu weer, allicht vanuit de beste intenties, nu dat moment echt hier is, onomkeerbaar; een week geleden namen we afscheid van haar. De zon scheen, ook die dag klopte alles. Natuurlijk vloeiden tranen, was verdriet bijna tastbaar. Maar het was ook een mooi samenzijn, omluisterd met lichtjes, mooie muziek en het vertellen van verhalen over wie ze was, wat ze deed, haar zorgen, haar humor, haar liefde, haar gezelligheid, haar leven. En weet je, dat gat dat valt wel mee, als je het hebt over het invullen van mijn tijd. Neemt uiteraard niet weg dat ik een leegte voel; het feit dat ze er simpelweg niet meer is. Dát is wennen. Het weten dat je nooit meer naar iemand toe kunt. De dingen doen, die je altijd samen deed, dat voelt als een gat... en went eigenlijk maar een heel klein beetje.

Iemand loslaten die sterft, het gaat vanzelf; je hebt simpelweg geen keuze. De vraag die mij de laatste paar dagen echter wakker hield, was meer die van: 'Maar hoe ga ik dan nu al dat andere loslaten, ook zo verbonden met zeker de laatste fase van haar leven? Mevrouw van K., die ineens mijn handen pakt als ik vraag hoe het met haar gaat, en dan uit het niets met een ernstige moederlijke blik vraagt: 'Maar hoe is het nou dan met jouw man dan?' Ze heeft mijn lief nog nooit ontmoet... Meneer Van der W., die lachend vraagt of ik gepromoveerd ben, als ik twee stoelen voor hem wegschuif van de tafel, zodat hij er met zijn rolstoel bij kan en we kunnen beginnen met het middageten. 'Of doe je gewoon hand- en spandiensten? Fijn hoor, dat je dat blijft doen...!' E., bij wie -op het moment dat ik over haar hand wrijf en vraag of ze het gezellig vindt om samen te eten en of ik haar mag helpen- de mooiste ontspannen glimlach doorbreekt en de dames dan die zitten te bekvechten onder het eten - geen idee waar het over gaat - na een geintje en wat afleiding de rust wederkeert en ik samen daarna met ééntje gezellig aan de afwas ga... en nog zoveel meer...

Tja, loslaten. Tegelijkertijd weet ik dat ik a) geen beloftes hoef te doen, b) dat allemaal - en nog zoveel meer- misschien wel heel erg ga missen, maar c) blij ben dat ik daarin wél een keuze heb. 

Ik koos dan ook om weer eens een weekend thuis door te brengen. Toe te geven aan een lome moeheid, die de hele week al als een zware jas voelt en niet zo makkelijk af te schudden lijkt. Uiteindelijk gaat dat ook wel lukken hoor. Natuurlijk. Ik weet hoe het werkt en misschien nog wel belangrijker, wat ik eraan kan doen. Waar ik niettemin dan wel heel blij van word, is dat er op het werk meer dan begrip is, van alle kanten; fijn om gezien en gehoord te worden. Dat ik ook nog steeds energie krijg van het vrijwilligerswerk, het zoeken van een maatje voor mensen met beginnende dementie; bijzonder om te merken hoe het gewaardeerd wordt. Hoe gaaf het is dat er een lunchafspraak staat met die vriendin, die ik al veel te lang niet meer gezien heb; tijd om ouderwets bij te kletsen op een toch wel iets bijzondere dag. En dat de moeder van mijn vriendin daar straks belde om te zeggen dat ze 'verlang naar me heeft', zoals ze altijd zo mooi in dialect zegt. Onze wekelijkse telefoongesprekken mist, mij mist... en graag zeker wil weten dat ik langskom om te doen wat we al een tijd geleden hebben afgesproken; iets moois, iets blijvends, iets …. maar daarover later meer.

Loslaten, of ach, misschien wel gewoon 'anders vastpakken', want dát kan natuurlijk ook!



donderdag 18 oktober 2018

mono on aware

Mono on aware, een Japanse tekst die afgelopen zaterdagochtend toevallig in beeld verscheen toen ik -eigenlijk geheel tegen mijn principes, en dus nog niet helemaal wakker- de televisie aanzette. Ik houd namelijk heel erg van de stilte die de ochtend brengt. De dag zachtjes zien en horen beginnen, het fluiten van de vogels, miauwen van Mies... 

Afijn, die ochtend doorbrak de stem van Paulien Cornelisse de stilte en hoorde ik haar zeggen: 'Mono-onawaaaree… of wel 'Alles is vergankelijk'.
Glimlachend dacht ik, je moest eens weten hoe toepasselijk dit is, op dit moment. Toeval? Ach, ik geloof inmiddels anders, door ervaring rijker, dat alles komt zoals het komt en moet zijn. Iets waar ik ook in de dagen die achter me liggen weer simpelweg het nodige bewijs van heb mogen ervaren.

1.039 dagen, 148 weken, 34 maanden... en een paar dagen. Intensieve, mooie en bijzondere dagen, weken, maanden. Net als de afgelopen week. Voor mijn gevoel nog steeds niet goed in woorden te vatten, al zou ik er een boek over kunnen schrijven.

2 jaar, 10 maanden... en een paar dagen, een tijd waarin ze soms best verdrietig was, als ze merkte dat veel dingen waar ze vroeger haar mooie handen niet voor omdraaide, niet meer lukten. 34 maanden... en een paar dagen, waarin ze regelmatig boos was, als ze het gevoel had niet begrepen te worden. 148 weken... en een paar dagen, waarin ze zich soms onveilig voelde, bang was, de wereld en de werkelijkheid niet meer snapte. 1.039 dagen, waarin ze gelukkig ook heel veel bijzondere, gezellige en mooie momenten beleefde, zoals vorige week zaterdag nog. Een mooie dag, de zon scheen, en dus weer eens 'ouderwets' wandelen, in de rolstoel. De zonnehoed op haar hoofd, die we kochten tijdens een van onze heerlijke bezoekjes aan het tuincentrum, samen met mijn lief. Onze 'vaste route', langs het fietspad, de paarden, koeien, schapen en zelfs de zwanen waren er, op de plek waar we tijdens een van onze allereerste wandelingen het nest ontdekten. Alweer 2 jaar, 10 maanden... en een paar dagen geleden.


Bijna 3 jaar, omringd door warme en liefdevolle zorg op Klein Houtdijk. Stuk voor stuk unieke en lieve mensen, betrokken medewerkers, die misschien wel meer dan anders, alles in het werk stelden voor haar welzijn. Iedere dag weer het uiterste gaven en deden om het haar naar de zin te maken, te laten voelen dat ze er mocht zijn, welkom was, veilig was; ze was dan ook best bijzonder, mijn lieve, dappere vriendin. 


En wat ging het snel, die laatste week, die laatste paar dagen. Maar wat was het goed, eenvoudigweg omdat alles klopte. Alles ging en was, zoals het moest zijn, door niets of niemand geregiseerd... of misschien dan toch wel een heel klein beetje? *knipoog*

'Positief zijn is een keuze' en 'Altijd je hart volgen Leentje, doe ik ook.' Hoe vaak heb ik haar dát horen zeggen -en zien doen- gedurende onze 35-jarig durende vriendschap en zelfs in die 1.039 dagen, 148 weken, 34 maanden, 2 jaar en 10 maanden... en die paar dagen, tot aan dat bijzondere moment dat de Alzheimer verdween, als sneeuw voor de zon...
Ook vandaag is het een mooie dag, schijnt de zon terwijl ik dit schrijf, en wat ben ik blij dat ik naar haar goede raad heb geluisterd.


Vanmiddag dan toch echt onze laatste wandeling, nemen we in kleine kring afscheid, herdenken en vieren we haar leven; haar gezelligheid, droge humor, warmte en liefde, zo onlosmakelijk verbonden met wie ze was. En ik weet het zeker, zoals ze zelf ooit mooi verwoordde toen ik haar verhaal mocht optekenen voor het boek 'Ik heb dementie', dat ze zich ook op haar laatste reis helemaal 'te pletter geniet!'


Dag lieve vriendin, ik ga je missen en nooit vergeten!
*klik hier*


maandag 10 september 2018

Laatste fase...

Nazomer, herfst? Zon schijnt, regen valt, wind waait, mooie wolkenluchten... en voor je het weet, zitten we intussen bijna op de helft van de maand september. Ik vind het wel eigenlijk wel prima. Ik houd ervan. Buiten de, bij tijd en wijlen met bakken uit de hemel vallende regen, maar ja, daarin ben ik denk ik niet de enige. Aan de andere kant, het hoort erbij. En, eerlijk is eerlijk, we (de flora en fauna) hadden het dan ook wel even nodig, nietwaar. Weer een nieuwe fase. 

De laatste fase, wel te verstaan. Van dit jaar dan, 2018, met nog 'maar' 113 dagen te gaan... Als je het snel zegt, lijkt het net niks. Nog heel even en dan zitten we weer in de maand van terugkijken, lijstjes maken. Wat ging er goed, wat kan er beter? En hoe gaan we het volgend jaar doen? Wat een keuzes hè? Misschien word je er moe van of levert het nadenken erover zelfs wel onrust op. Maar gelukkig, we mogen en kunnen al deze keuzes geheel zelf en alleen maken.

De laatste fase. Niet alleen van dit jaar overigens. Ook op het werk zitten we in een dergelijke fase; een doorontwikkeling, in gewone-mensen-taal ook wel 'reorganisatie', nadert haar einde. Nog wat bekende puntjes op de vertrouwde I en we kunnen weer door. Wat nog niet klopt of is ingevuld, wordt ook vast en zeker opgelost. En zo niet? Ach ja, dan is het aan ons, aan mij, hoe daar mee om te gaan. Laat ik me leiden door de onrust, de inmiddels ingesleten moeheid? Of zet ik nog een keer mijn schouders eronder en ga ik er voor? Ik haal vast en zeker weer ergens nieuwe energie vandaan om te doen wat ik wil doen, waar ik goed in ben; het verschil maken, zorgvuldig, belangen behartigen, van mensen. Meer dan genoeg dus om uit te kiezen, en die keuze is aan mij, en ik mag en kan hem zelf maken.

Onrust en vermoeidheid, eveneens vaak in andere laatste fases te zien. Kijk ik naar mijn vriendin, breekt mijn hart iedere keer een stukje meer; de zgn. late fase van alzheimer, de laatste van haar jonge leven. Nog steeds die onrust, zo diep, lijkt met geen medicijn te stuiten. Ja, soms, heel even. Slaapt ze een tijdje, zittend in de stoel. Is ze ontspannen en lak ik haar nagels met de nieuwste, kekke kleur blauw of het mooiste herfstrood. Masseer ik voorzichtig haar inmiddels mager geworden handen en armen met de oude, vertrouwde Nivea-geur of de nieuwste Rituals, zachtjes alle blauwe plekken ontwijkend.
Ze oogt vermoeid. Beaamt dat ook, als ik het haar vraag. Moe van de interne strijd die ze iedere dag nog levert wellicht. Ook zij wil gezien en gehoord worden. Wil bewegen, lopen, voelen dat ze leeft? Terwijl wij misschien wel vinden dat ze dat beter niet meer moet doen, dat lopen, omdat het eigenlijk niet meer gaat. 'Valgevaarlijk', zogezegd. De realiteit ook, dat we misschien wel moeten toegeven dat we haar - met alle lieve en liefdevolle zorg en kennis om haar heen en de beste bedoelingen en hulpmiddelen- hier niet voor kunnen behoeden. Ook niet in deze fase, waarin zij zelf de keuzes niet meer maakt...


zondag 19 augustus 2018

iets unieks

Ik bel aan en moet behoorlijk lang wachten. Zelfs zo lang, dat ik me een moment afvraag of de afspraak wellicht vergeten is. Terwijl ik wacht, check ik nog even snel mijn telefoon. Tja, het staat er echt: '15.00 uur, kennismaken fam. M. - maatjesproject dementie'. Nu zegt dat niet alles, want het gebeurt mij ook nog wel eens dat ik me vergis in de datum of de tijd. Net als ik besluit even ongegeneerd door de voorruit te gaan gluren, hoor ik een sleutel omdraaien. Als ik me omdraai zie ik een buitengewoon vriendelijk gezicht en word ik hartelijk ontvangen.

'Kom binnen, kom binnen. Excuus dat het even duurde, maar we zitten buiten. Wil je buiten of binnen zitten, zeg het maar...'. Binnen staat een knusse ronde eettafel met 4 comfortabel uitziende stoelen, zo ook buiten. Vanuit mijn ooghoeken zie ik een kleine schaduw snel heen en weer bewegen. Ik vermoed mevrouw M. en ik zeg dat buiten prima is, het weer is tenslotte nog heerlijk.

Als ik de tuin in stap, word ik met een nieuwsgierige, schalkse blik van top tot teen bekeken en enthousiast begroet door een kleine, goed uitziende - zo later blijkt - sportieve dame van bijna 81! Ze wordt nog enthousiaster als ze hoort hoe ik heet; we blijken bijna naamgenoten... 'Nou dat vergeet ik niet hoor, kom maar gauw zitten'. Op de vraag van meneer wat ik wil drinken, antwoordt mevrouw lachend: 'Doe maar eenne...' terwijl ze met haar rechterhand het bekende drinkgebaar maakt. Hij lacht en kijkt haar liefdevol aan. 'Nog een beetje te vroeg schat, dat doen we later' en aait zachtjes haar wang. 'Owh, jammer', zegt ze en lacht weer naar mij. 'Wat drink jij dan?' Ik zeg dat een glas water prima is en meneer verdwijnt richting keuken. Ondertussen blijft mevrouw mij vriendelijk en onderzoekend aankijken en vraagt wat ik kom doen. Ik vertel wie ik ben, wat ik doe en wat ik specifiek vandaag kom doen, en wordt even later attent bijgestaan door haar man. Hij vertelt wat ze zoal doet gedurende week en dat ze bijvoorbeeld nog rustig 40 km wegtrapt op hun nieuwe elektrisch fietsen. Maar ook dat ze, als ze dan thuis zijn, na een uurtje of zo, zo weer op de fiets wil; 'een bezig bijtje... hé lief?' Ze knikt instemmend en kijkt trots naar mij. 'En aangezien ik niet altijd met je mee kan, zoeken we een vrijwilliger die zo af en toe ook iets leuks met je kan doen. Misschien wel jeu de boules op maandagavond, want alleen lukt dat niet meer zo goed en kan ik naar de bridge... .' Ze praat verder, waar hij gebleven is. Het gesprek verloopt vlotjes. Af en toe kijkt ze me vragend aan en moet ik herhalen wat ik gezegd heb, of herhaalt zij wat ik zeg en wisselt ze bijna stiekem een blik met haar man. Alsof ze stilletjes bevestigt dat het goed gaat zo. Al snel begrijp ik dat ik niet op zoek hoef naar een vrijwilliger die van handwerken of spelletjes doen houdt. Mevrouw wil bewegen; '... moet wel een beetje actief type zijn hoor, want ik fiets, tennis... en weer volgt de opsomming wat ze nog graag doet.

In mijn hoofd laat ik intussen een aantal vrijwilligers passeren uit ons bestand. We hebben er zeker een aantal die van fietsen houdt en juist niet van autorijden. Toch heb ik het gevoel dat ik nog iets specifieks mis om de juiste match te maken straks. Dat blijft uiteraard altijd een uitdaging, zeker omdat ook deze familie voorkeuren heeft voor dagen en tijd. De liefde tussen deze twee is onmiskenbaar, maar ik hoor en zie ook hoe dichtbij de grens van overbelast raken is. En dus heb ik nog een laatste vraag: 'Is er nog iets, mevrouw M. wat ik absoluut moet weten van u? Weer zie ik die liefvolle blik naar elkaar, als zij antwoordt: 'Nou, ik hou dus van fietsen en jeu de boules, lekker actief zijn, maar ik vind het ook heel fijn om herinneringen op te halen aan Indonesië. Daar ben ik geboren hè en heb ik 18 jaar gewoond...' 

Bingo! Denk ik. Dat is wat ik nodig heb. Iedereen heeft namelijk iets unieks, wat soms zo prachtig overeenkomt met dat unieke van een ander, een vrijwilliger van de Larikslaan2...Voor ik het weet zijn we zo een half uur verder en krijg ik van beiden in geuren en kleuren mooie verhalen over ooit en over de Masooh Sadja, inclusief folder met het programma van 2018. Altijd handig misschien. Als ik even later afscheid neem, wil ze geen hand. Meneer M. lacht: 'ze loopt graag een stukje mee', terwijl ik een arm in de mijne voel haken en mevrouw M. vraagt hoe ik ook alweer heet. Als ik mijn naam zeg, straalt ze: 'Owh wat leuk, dat is makkelijk, dat vergeet ik niet hoor, dat is mijn roepnaam.' en even later zwaait ze me enthousiast uit alsof ze een van haar eigen kinderen staat uit te zwaaien, net zo lang tot mijn auto de straat uit is en ik haar niet meer in mijn achteruitkijkspiegel zie.

En nu maar duimen dat ook de rest enigszins overeenkomt met de mogelijkheden van de vrijwilliger die ik in mijn hoofd heb...